Nostalgie 2: Hinkelen en elastieken

De vorige keer had ik het over de vlieger maar er zijn natuurlijk nog veel meer “spelletjes” die we vroeger deden en waar een hoop fantasie bij te pas kwam. Het “elastieken” b.v. In die tijd werd er nog regelmatig gebruik gemaakt van elastiek, o.a. voor de onderbroeken of voor de onderjurken. Ook in de zelfgebreide truien kwam het vaak voor. Dit zat op een kaart en als je mazzel had lag er nog wel zo’n kaart in de naaidoos. In feite een eenvoudig spel waar je een simpel voorwerp voor nodig had, zo’n 10 meter elastiek. Allerlei figuren kon je met je voeten maken.

Een ander spel was hinkelen. Nooit vergeet ik meer de geur van het hinkeldoosje. Dit was (in mijn geval tenminste) een leeg schoensmeerdoosje dat gevuld werd met zand. Daarna moest het flink dicht gestampt worden anders viel tijdens het hinkelen het zand er uit. Er waren verschillende vormen van hinkelen en alles wat je nodig had was een leeg schoenpoetsdoosje en krijt. Dit “stoepkrijt” was vaak een deel van een kapot gevallen beeldje. Deze waren dikwijls van gips gemaakt en ideaal om mee te krijten, menig Heiligenbeeldje heeft zijn hoofd verloren om te dienen als stoepkrijt.

De lijnen op de stoeptegels waren geen probleem want de huismoeders schrobden meestal iedere week de stoep. Dit tot ergernis van de kinderen. Je kon hinkelen met z’n tweeën of met meerderen. Alleen hinkelen kon natuurlijk ook maar dan had je niemand waar je van kon winnen of verliezen.

Marie-Louise Peters Vlietman.

Locatie